Een indiepop ode aan de stad

Kevin Morby - City Music

De 29-jarige Morby heeft inmiddels met 10 albums in 8 jaar tijd een mooie discografie op z’n naam staan. Als bassist stond hij aan de basis van de folkrock band Woods en ook was hij de frontman van The Babies. In 2013 bracht hij voor het eerst nummers uit onder z’n eigen naam, op het debuutalbum ‘Harlem River’. Nu is net het vierde album ‘City Music’ uitgebracht, als tegenhanger van het vorig jaar verschenen ‘Singing Saw’. Dat laatste album stond overigens ook al op ons eigen jaarlijstje van 2016.

Morby’s muziek beschrijft het leven van een jongen uit Kansas City die via New York naar Los Angeles verhuisde, maar zich in alle drie de steden evenveel thuis voelt. Op elk album laat hij weer een nieuwe kant van zichzelf horen.

Na het melancholische album van vorig jaar, voert op ‘City Music’ vooral afwisseling en dynamiek de boventoon. Neem nou de trage, ietswat argeloze opener ‘Come To Me Now’, die qua stijl haaks staat op ‘1234’, een ode aan de punkers van The Ramones. Daarmee laat Morby zien dat hij naast serieuze overpeinzingen ook gewoon plezier wil maken. Verder is er nog een cover van The Germs en een intermezzo in de vorm van ‘Flannery’, naar een gedicht van schrijfster Flannery O’Connor. Centraal staat de titeltrack, het langste nummer op de plaat, met exotische gitaarpartijen en verrassende tempowisselingen.

We waren behoorlijk verbaasd toen Morby zo snel alweer met een nieuw album kwam. Het is in slechts één week tijd opgenomen op een strand aan de Amerikaanse westkust. Die sfeer hebben ze goed weten te vatten en dat maakt het een hele fijne zomerplaat.

Bekijk de videoclip van 'City Music':

For The Record

Iedere maand een fantastische ervaring